Hoofdstuk 5 – Verbuiging van het adjectief

Adjective declension Deklination des AdjektivsAccord de l’adjectif
Met de-woorden

Dat is erg makkelijk. Je hoeft alleen maar een e toe te voegen. Er zijn geen uitzonderingen!

Met het-woorden

Wat merk je? Met indefiniete het-woorden in het enkelvoud, is er geen e aan het einde van het adjectief.


* Dat is geen fout. Het artikel het wordt altijd de in het meervoud. Lees dit hoofdstuk hier.


Als het adjectief achter het werkwoord staat

Als het adjectief achter het werkwoord staat, verandert het niet: de auto is rood, de vrouw is groot, het water is vers, jij bent jong, jullie zijn klein, u bent klaar, ze zijn moe.


Oefening – Vul de goede vorm van het adjectief in
  1. Hij heeft een mooi… auto.
  2. Mijn kat is aardig…
  3. Jullie hebben een mooi… huis.
  4. Wij leven in het best… land.
  5. Ik heb elegant… paarden.
  6. Wij lezen een interessant… boek.
  7. Ze lezen interessant… artikelen in de krant.
  8. Ik zit op de groen… stoel.
  9. Ik heb een gelukkig… hond.
  10. Hij heeft een ongelukkig… hondje.
  11. De groen… stoelen zijn lelijk.
  12. De taart is zo lekker…!
  13. Zwart… thee is beter dan warm… water.
  14. Ik koop vers… brood. (kopen = kaufen, buy, acheter)
  15. Mijn jong… buurvrouw heeft groen… haar!