| Nederlands | English | Deutsch | Français |
|---|---|---|---|
| hebben | have | haben | avoir |
| Persoonlijk voornaamwoord | Vervoegd werkwoord | Opmerkingen en bijzondere punten |
|---|---|---|
| ik | heb | eerste persoon enkelvoud |
| je/jij | hebt | tweede persoon enkelvoud je is de standaardvorm jij is de onderstreepte vorm Wanneer je of jij ACHTER het werkwoord staat, dan valt de t van hebt weg : Heb jij een kat? Je hebt een hond. |
| hij | heeft | derde persoon mannelijk enkelvoud |
| ze/zij | heeft | derde persoon vrouwelijk enkelvoud ze is de standaardvorm zij is de onderstreepte vorm |
| het | heeft | derde persoon enkelvoud |
| we/wij | hebben | eerste persoon meervoud we is de standaardvorm wij is de onderstreepte vorm |
| jullie | hebben | tweede persoon meervoud |
| u | hebt/heeft | formele vorm van je hebt of jullie hebben Meneer, hebt u een auto? Heeft u dorst? |
| ze/zij | hebben | derde persoon meervoud (mannelijk en vrouwelijk) ze is de standaardvorm zij is de onderstreepte vorm |
Oefening – Vul de goede vorm van hebben in
- …….. jij een huisdier?
- Ik …….. een kat.
- Je …….. toch een hond?
- Nee, maar mijn broer …….. een hond.
- We …….. ook een schildpad.
- Wij …….. geen papegaai.
- Meneer en mevrouw Citroen, …….. u een huisdier?
- Het …….. geregend.
- …….. jullie dorst?
- Nee, maar wij …….. honger.
- Brenda …….. geen fiets.
- Maar ze …….. een auto.
