Hoofdstuk 2 – Het werkwoord hebben

NederlandsEnglishDeutschFrançais
hebbenhavehabenavoir
Persoonlijk voornaamwoordVervoegd werkwoordOpmerkingen en bijzondere punten
ikhebeerste persoon enkelvoud
je/jijhebttweede persoon enkelvoud
je is de standaardvorm
jij is de onderstreepte vorm
Wanneer je of jij ACHTER het werkwoord staat, dan valt de t van hebt weg : Heb jij een kat?
Je hebt een hond.
hijheeftderde persoon mannelijk enkelvoud
ze/zijheeftderde persoon vrouwelijk enkelvoud
ze is de standaardvorm
zij is de onderstreepte vorm
hetheeftderde persoon enkelvoud
we/wijhebbeneerste persoon meervoud
we is de standaardvorm
wij is de onderstreepte vorm
julliehebbentweede persoon meervoud
uhebt/heeftformele vorm van je hebt of jullie hebben
Meneer, hebt u een auto?
Heeft u dorst?
ze/zijhebbenderde persoon meervoud (mannelijk en vrouwelijk)
ze is de standaardvorm
zij is de onderstreepte vorm
Oefening – Vul de goede vorm van hebben in
  1. …….. jij een huisdier?
  2. Ik …….. een kat.
  3. Je …….. toch een hond?
  4. Nee, maar mijn broer …….. een hond.
  5. We …….. ook een schildpad.
  6. Wij …….. geen papegaai.
  7. Meneer en mevrouw Citroen, …….. u een huisdier?
  8. Het …….. geregend.
  9. …….. jullie dorst?
  10. Nee, maar wij …….. honger.
  11. Brenda …….. geen fiets.
  12. Maar ze …….. een auto.