Hoofdstuk 1 – Het werkwoord zijn

NederlandsEnglishDeutschFrançais
zijnbeseinêtre
Persoonlijk voornaamwoordVervoegd werkwoordOpmerkingen en bijzondere punten
ikbeneerste persoon enkelvoud
je/jijbenttweede persoon enkelvoud
je is de standaardvorm
jij is de onderstreepte vorm
Wanneer je of jij ACHTER het werkwoord staat, dan valt de t van bent weg : Ben
jij Thomas? Wat ben je groot! Je bent de broer van Marijke?
hijisderde persoon mannelijk enkelvoud
ze/zijisderde persoon vrouwelijk enkelvoud
ze is de standaardvorm
zij is de onderstreepte vorm
hetisderde persoon enkelvoud
we/wijzijneerste persoon meervoud
we is de standaardvorm
wij is de onderstreepte vorm
julliezijntweede persoon meervoud
ubentformele vorm van je bent of jullie zijn
Bent u de Koning der Nederlanden?
Bent u meneer en mevrouw Grotefiets?
ze/zijzijnderde persoon meervoud (mannelijk en vrouwelijk)
ze is de standaardvorm
zij is de onderstreepte vorm
Oefening – Vul de goede vorm van zijn in
  1. Jullie …….. Jan en Kees.
  2. …….. u meneer De Jong?
  3. …….. jij Luke?
  4. Ik …….. Jeanette.
  5. Johan …….. mijn man.
  6. Meneer en mevrouw Bakker, waar …….. u?
  7. Het …….. warm.
  8. Je …….. intelligent.
  9. Hij …….. groot.
  10. Brenda …….. mijn beste vriendin.
  11. We …….. in Amsterdam.
  12. …….. zij Marijke?
  13. …….. zij Hans en Irma?

2 gedachten over “Hoofdstuk 1 – Het werkwoord zijn

Geef een reactie op Sylke Uding-Opalka Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.