
- Er staan een mooi molen in het Gronings dorp Oldehove.
- Deze/Dit molen heten De Leeuw.
- De molen worden (Imperfekt) in 1855 (in letters) gebouwd/gebouwt.
- Deze/Dit molen is groot (Steigerungsform) als/dan de ander/andere/anderen molen van het dorp, dat/die/wie ‘Aeolus’ heet.
- De molen worden nog altijd gebruikd/gebruikt als korenmolen.
- Sinds vorig jaar hebben de molen een 2e (in letters) functie.
- Toen is er namelijk een supermarkt geopend/geopent in de molen.
- Deze/Dit supermarkt draaien op twintig vrijwilliger.
- Je kunnen er vier dagen per week boodschappen doen/maken.
- In deze/dit klein supermarkt kunnen je echter niet al/alle/allen boodschappen kopen dat/die/wie je nodig hebben.
- De supermarkt is namelijk gespecialiseerd/gespecialiseert in brood en in ander producten dat/die/wie van deeg worden gedaan/gemaakt, zoals crackers en beschuit.
- Je kunnen deze/dit klein supermarkt vinden in de Molenstraat nummer 8.
