
- Ik kunnen me nog goed herinneren aan/op het leesuurtje op de basisschool.
- Deze/Dit leesuurtje vinden (Imperfekt) ieder donderdag plaats.
- Zoals de naam al doen vermoeden, moeten (Imperfekt) de kinderen dan een uur lang lezen.
- Ieder kind kunnen (Imperfekt) een interessant boek meenemen/metnemen uit de schoolbibliotheek.
- De juf of de meester zoeken (Imperfekt) de boeken niet uit; de kinderen mogen (Imperfekt) zelf/zelfs de boeken uitzoeken dat/die/wie ze wilden lezen.
- Dat is volgens mij de juist methode om het leesplezier van kinderen te bevorderen.
- Als/Toen je een boek lezen dat/die/wie je interessant vinden, dan hebben je ook zin in/om het boek uit te lezen.
- Als/Toen een juf of een meester de kinderen dwingen om boeken te lezen dat/die/wie ze niet interessant vinden, dan zullen dat niet op een positief manier bijdragen aan het leesplezier.
- Er zijn nu te weinig basisschool dat/die/wie de kinderen een leesuurtje aanbieden.
- Er zijn zelf/zelfs school dat/die/wie überhaupt geen/niet schoolbibliotheek hebben.
- Deze/Dit situatie moeten, wat mij betreffen, snel veranderen.
- Immers, hoe veel (Steigerungsform) een kind lezen, hoe goed (Steigerungsform) zijn of haar leesvaardigheid worden.
