De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren – deel 2 (11-09-2026)

  1. Ik kunnen me nog goed herinneren aan/op het leesuurtje op de basisschool.
  2. Deze/Dit leesuurtje vinden (Imperfekt) ieder donderdag plaats.
  3. Zoals de naam al doen vermoeden, moeten (Imperfekt) de kinderen dan een uur lang lezen.
  4. Ieder kind kunnen (Imperfekt) een interessant boek meenemen/metnemen uit de schoolbibliotheek.
  5. De juf of de meester zoeken (Imperfekt) de boeken niet uit; de kinderen mogen (Imperfekt) zelf/zelfs de boeken uitzoeken dat/die/wie ze wilden lezen.
  6. Dat is volgens mij de juist methode om het leesplezier van kinderen te bevorderen.
  7. Als/Toen je een boek lezen dat/die/wie je interessant vinden, dan hebben je ook zin in/om het boek uit te lezen.
  8. Als/Toen een juf of een meester de kinderen dwingen om boeken te lezen dat/die/wie ze niet interessant vinden, dan zullen dat niet op een positief manier bijdragen aan het leesplezier.
  9. Er zijn nu te weinig basisschool dat/die/wie de kinderen een leesuurtje aanbieden.
  10. Er zijn zelf/zelfs school dat/die/wie überhaupt geen/niet schoolbibliotheek hebben.
  11. Deze/Dit situatie moeten, wat mij betreffen, snel veranderen.
  12. Immers, hoe veel (Steigerungsform) een kind lezen, hoe goed (Steigerungsform) zijn of haar leesvaardigheid worden.

Laisser un commentaire

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.