
- Brammetje zijn (Imperfekt) een rood kater.
- Hij wonen (Imperfekt) bij zijn baasje, Joshua van/Van ´t Veer.
- Brammetje hebben (Imperfekt) dus een huis om in te wonen.
- Toch zijn (Imperfekt) hij bijna nooit huis/thuis.
- Je kunnen (Imperfekt) hem bijna altijd vinden op station Purmerend Weidevenne.
- Hij worden (Imperfekt) dan ook ‘de stationskat’ noemen (Perfekt).
- Hij houden (Imperfekt) van het contact met de reiziger (Plural).
- Hij laten (Imperfekt) zich graag door/van haar/hen/hun aaien.
- Brammetje is bijna drie jaar geleden overlijden (Perfekt).
- Dat zijn (Imperfekt) voor veel mensen een verdrietig moment.
- Er is nu een blijvend herinnering aan Brammetje op station Purmerend Weidevenne.
- Er staan namelijk sinds gisteren een brons beeld van de kat.
