
- Ik geven veel les aan duits/duitse/Duits/Duitse kind dat/die Nederlands leren op school.
- Voordat ik in Duitsland wonen, weten ik niet, dat er überhaupt school in dit/deze land zijn, waar kind mijn/mijne moedertaal kunnen leren.
- Nu weten ik wel goed (Steigerungsform).
- Nederlands is een populair/populaire taal op school in de grensregio (Plural) van de deelstaat Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen.
- Waarom kiezen een duits/duite/Duits/Duitse kind voor het schoolvak Nederlands?
- De meeste/meesten leerlingen doen dat, omdat ze denken dat de taal makkelijk/maakelijk is.
- Kloppen dit, volgens jullie?
- Er is/zijn ook leerlingen dat/die dat doen, omdat/want ze later in Nederland willen studeren of werken.
- Ik heb een aantal leerlingen tot aan het eindexamen begeleiden.
- Dit/Deze leerlingen moeten Nederlands spreken op een hoog/hooge/hoge niveau.
- Er worden veel van dit/deze leerlingen verwachten.
- Ik ben altijd zo trots (=stolz) als een aap/leeuw/pauw wanneer een leerling van mij slagen voor het vak Nederlands. (slagen voor = bestehen).
