De telefoon – deel 1 (12-03-2026)

  1. De telefoon bestaan 150 (in letters) jaar.
  2. In het jaar 1876 (in letters) vinden het 1e (in letters) telefoongesprek plaats.
  3. Het zijn (Imperfekt) een gesprek tussen Alexander Bell, de Schots uitvinder van de telefoon, en zijn collega Thomas Watson.
  4. 5 (in letters) jaar na/naar het 1e (in letters) gesprek van Bell worden het 1e (in letters) openbaar telefoonnetwerk van Nederland geïntroduceerd/geïntroduceert.
  5. Er zijn in die tijd slechts 49 (in letters) abonnees.
  6. Na/Naar 1931 (in letters) worden (Imperfekt) het telefoneren voor veel (Steigerungsform) mensen bereikbaar.
  7. Toen komen namelijk de 1e (in letters) telefooncel (Plural) in de straat.
  8. Je hoeven (Imperfekt) daardoor niet zelf een telefoon te kopen; je hebben (Imperfekt) alleen maar muntgeld nodig om te kunnen bellen.
  9. In de jaren negentig zijn (Imperfekt) het aantal telefooncel gegroeid/gegroeit tot ongeveer 20.000 (in letters) exemplaren.
  10. In het jaar 2008 (in letters) worden echter besloten dat telefooncel (Plural) niet meer langer nodig zijn (Imperfekt).
  11. De meest/meeste/meesten mensen hebben toen immers al een mobieltje of een smartphone.
  12. Ongeveer tien jaar geleden is de laatste telefooncel dan ook uit het Nederlands straatbeeld verdwijnen (Perfekt).

Laisser un commentaire

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.