
- Het schoolvak duits/Duits zijn (Imperfekt) voor mij anders als/dan voor mijn/mijne/mijnen duits/duitse/Duits/Duitse leerlingen.
- Dat is logisch, omdat/want ik leren (Imperfekt) de duits/duitse/Duits/Duitse taal als vreemd/vreemde taal, niet als moedertaal.
- Mijn/Mijne/Mijnen 1e (schrijf in letters) les duits/Duits hebben ik als/toen ik 13 (schrijf in letters) jaar/jaaren/jaren oud zijn.
- Ik vinden (imperfekt) het toen erg fijn, om eindelijk de taal van ons/onze ‘oosterburen’, zoals we de Duitsen/Duitser/Duitsers noemen, te kunnen leren.
- Ik wilde/wilte deze/dit taal graag leren, omdat/want we vaak op vakantie na/naar Duitsland gaan (Imperfekt).
- Mijn/Mijne/Mijnem/Mijnen ouders en zus moeten (Imperfekt) altijd alles voor mij vertalen.
- Dat is iets dat/die/wat ze nu niet meer brauchen (Übersetzung ins NL) te doen.
- Voor veel scholieren is de pauze het goed (Superlativ) schoolvak.
- Een goed/goede plaats om de pauze doorbrengen ___ te ___ is de kantine.
- In veel schoolkantine in Nederland/Nederlands/Nederlanden kunnen je echter geen gezond/gezonde, warm/warme maaltijden krijgen.
- De meest/meeste ouders geven hen/hun kind (Plural) een paar boterham (Plural) mee/met na/naar school.
- Er is/zijn daarentegen wel steeds veel (Steigerungsform) school dat/die gezond/gezonde maaltijden aanbieden, omdat/want een gezond/gezonde maaltijd de schoolprestatie (Plural) van de leerlingen doen verbeteren.
