
- Gisteren heeft/is de herfst weer beginnen.
- Het is het seizoen van de vallend/vallende blad.
- We hebben/zijn een wandeling door het bos maken.
- Weten (Imperfekt) jullie, dat het maken van een boswandeling goed is voor jou/jouw gezondheid?
- Het is goed als/dan de heel/heele/hele dag lui op de bank liggen.
- Je kunnen in de herfst ook altijd lekker ‘uitwaaien’.
- ‘Uitwaaien’ is een typisch/typische nederlands/Nederlands/nederlandse/Nederlandse woord.
- Het betekenen : een wandeling maken in de wind, vaak aan de kust of op open velden, om de geest op te frissen en te ontspannen.
- In het jaar 2022 (schrijf in letters) hebben een journalist van ‘The Washington Post’ een artikel schrijven over deze/dit gezond/gezonde bezigheid.
- Als/Toen ik klaar ben met uitwaaien, dan gaan ik na/naar huis/thuis om van een lekker/lekkere pompoensoepje te genieten.
- Vroeger houden ik niet van de herfst, maar nu weten ik deze/dit seizoen wel te waarderen (=schätzen).
- Het is het seizoen waarin je in het bos de mooist/mooiste kleuren zien.
