De fiets (01-10-2025)

  1. Iedereen weten dat fietsen in Nederland populair is.
  2. Er is/zijn overal in Nederland fietspad.
  3. Nederland hebben 37.000 (schrijf in letters) kilometer aan fietspad (Plural).
  4. Duitsland hebben veel (Steigerungsform) kilometer aan fietspad (Plural), namelijk 75.000 (schrijf in letters) kilometer.
  5. Toch is dat in verhouding weinig dan in Nederland, want/omdat Duitsland veel groot is als/dan Nederland.
  6. Er is/zijn in Nederland steeds veel (Steigerungsform) werkgever dat/die hen/hun werknemer subsidie (Plural) geven voor de aanschaf van een fiets.
  7. Zo hebben een goed/goede vriend van mij met het geld van zijn/zijnen/zijnem werkgever een nieuw/nieuwe fiets kopen om mee na/naar het werk te rijden.
  8. Hij is erg blij mee/met zijn/zijnen/zijnem nieuw/nieuwe fiets.
  9. Het is een vouwfiets, waarmee/waarmet hij ook makkelijk een treinreis kan maken.
  10. Een vouwfiets nemen namelijk weinig plaats in beslag in een trein als/dan een normaal fiets.
  11. Bovendien kunnen je een vouwfiets ook makkelijker optillen wanneer je in de trein stappen, want/omdat een vouwfiets lichter is als/dan een normaal fiets.
  12. Ik hoeven niet met de fiets na/naar het werk te gaan, want/omdat ik werk thuis.