Correcties (15-10-2025)

  1. In het zuiden van Nederland hoeven de kinderen deze week niet naar school te gaan.
  2. De scholen zijn gesloten, omdat het herfstvakantie is.
  3. De herfstvakantie duurt 1 week.
  4. In Duitsland duurt de herfstvakantie 1 week langer dan in Nederland.
  5. In het noorden en in het midden van het land is de herfstvakantie nog niet begonnen.
  6. Volgende week is het in deze regio’s herfstvakantie.
  7. De herfstvakantie wordt ook wel de ‘najaarsvakantie’ genoemd.
  8. De herfstvakantie biedt volop mogelijkheden om leuke dingen te doen.
  9. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om in de herfstvakantie boswandelingen te maken.
  10. Ik heb tot nu toe iedere herfstvakantie meerdere keren in een bos gewandeld.
  11. Ik ga dan niet naar bossen in het buitenland; ik blijf in Nederland.
  12. Op vakantie gaan naar het buitenland doe ik liever in de zomer.