- Iedereen weet dat fietsen in Nederland populair is.
- Er zijn overal in Nederland fietspaden.
- Nederland heeft zevenendertigduizend kilometer aan fietspaden.
- Duitsland heeft meer kilometers aan fietspaden, namelijk vijfenzeventigduizend kilometer.
- Toch is dat in verhouding minder dan in Nederland, omdat Duitsland veel groter is dan Nederland.
- Er zijn in Nederland steeds meer werkgevers die hun werknemers subsidies geven voor de aanschaf van een fiets.
- Zo heeft een goede vriend van mij met het geld van zijn werkgever een nieuwe fiets gekocht om mee naar het werk te rijden.
- Hij is erg blij met zijn nieuwe fiets.
- Het is een vouwfiets, waarmee hij ook makkelijk een treinreis kan maken.
- Een vouwfiets neemt namelijk minder plaats in beslag in een trein dan een normale fiets.
- Bovendien kun je een vouwfiets ook makkelijker optillen wanneer je in de trein stapt, omdat een vouwfiets lichter is dan een normale fiets.
- Ik hoef niet met de fiets naar het werk te gaan, want ik werk thuis.
