Brood (09-07-2025)

  1. Veel van mijn duits/Duits/duitse/Duitse leerlingen houden niet van nederlands/Nederlands/nederlandse/Nederlandse brood.
  2. Voor hen/hun is dit/deze brood veel (Steigerungsform) lucht als/dan brood.
  3. Duits/Duitse brood is inderdaad veel zwaar (Steigerungsform) als/dan brood uit Nederland/Nederlands/Nederlanden.
  4. Je kunnen het brood uit mijn/mijne/mijnem land makkelijk platdrukken.
  5. Het is dan ook een slecht/slechte idee om het brood onderin de boodschappentas te leggen, omdat/want er dan niet veel van het brood overblijven.
  6. Ik vinden (Imperfekt) het, als/toen ik net in Duitsland wonen, niet makkelijk om duits/Duits/duitse/Duitse brood te eten.
  7. Ik worden (Imperfekt) van 1 sneetje brood al zat.
  8. Voor Duitsen/Duitsers gelden het tegendeel: ze worden niet zat van nederlands/Nederlands/nederlandse/Nederlandse brood.
  9. In Winschoten, een nederlands/Nederlands/nederlandse/Nederlandse stadje dichtbij de duits/Duits/duitse/Duitse grens, zijn (Imperfekt) er niet lang geleden een duits/Duits/duitse/Duitse bakkerij.
  10. Nu bestaan dit/deze bakkerij niet meer.
  11. Er is/zijn nog wel duits/Duits/duitse/Duitse bakkerij in ander/andere grensstad , zoals Winterswijk.
  12. Wat vinden je lekker (Steigerungsform) : bruin/bruine brood of wit/wite/witte brood?

Laisser un commentaire

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.